Werken met asielzoekers en statushouders: “Begin op tijd, wees duidelijk en geef iemand echt een kans”

Werkgevers in de land- en tuinbouw staan open voor nieuwe doelgroepen. Dat bleek uit een recente ledenraadpleging. Maar hoe pak je dat aan in de praktijk? Wat komt erbij kijken als je een asielzoeker of statushouder laat werken in je bedrijf? En wanneer is het wél of juist niet handig? We spraken met groenteteler Marinus Dikboom van Boerderijwinkel Smilande in het Drentse Smilde, met betrokken bemiddelaars van het azc en de gemeente en met een bollenteler. 

De rode draad is helder: werken met asielzoekers en statushouders kan veel opleveren. Voor het bedrijf, voor de medewerker en voor de samenleving. Het vraagt wel voorbereiding, duidelijke afspraken en goede afstemming. “Niet denken: morgen heb ik iemand nodig en overmorgen staat hij er”, zegt een bemiddelaar. “Je moet op tijd beginnen, goed afstemmen en eerlijk zijn over wat het werk inhoudt.” 

Van vraag in de winkel naar een plek op het bedrijf

Bij Boerderijwinkel Smilande ontstond het werken met asielzoekers en statushouders heel praktisch. Er kwamen mensen de winkel binnen die vroegen of er werk was. Marinus Dikboom runt een groenteteeltbedrijf met winkel. Het bedrijf telt ongeveer 40 hectare en draait voor een belangrijk deel op handwerk. Vooral in de preiteelt is veel werk met de hand: planten, onkruid verwijderen en later schoonmaken in de schuur. “Elk preitje komt een paar keer door de handen”, vertelt de ondernemer. 

Op het bedrijf werkten eerder onder meer een broer en zus uit Irak en twee mannen uit Afrika. Nu is Ayad betrokken bij het bedrijf. Hij is 24 jaar en woont ruim twee jaar in Nederland, in een azc. In zijn land van herkomst werkte hij al op boerderijen en repareerde hij fietsen. In Nederland deed hij eerst vrijwilligerswerk. Daarna wilde hij graag betaald aan het werk. Niet alleen om geld te verdienen, maar ook om bezig te zijn en ervaring op te doen. 

Die motivatie ziet de ondernemer terug. Ayad hielp onder meer met groente schoonmaken, schappen vullen en werkzaamheden in en rond de winkel. De teler is tevreden: “Altijd op tijd, nooit ziek, niet klagen.” Ayad zelf vertelt dat hij het in het begin spannend vond. Werken betekent verantwoordelijkheid. Maar na een paar dagen voelde hij zich welkom. Als hem wordt gevraagd wat het werk met hem doet, verschijnt er een glimlach: “Het maakt mij blij.” 

Niet goedkoper, wel waardevol 

Een misverstand dat snel van tafel mag: asielzoekers zijn geen goedkope arbeidskrachten. De teler is daar duidelijk over. “Wij betalen gewoon hetzelfde loon als bij ieder ander.” Voor asielzoekers geldt wel dat zij, als zij inkomen hebben, een deel moeten afdragen aan het COA voor opvang en verblijf. Dat heet de Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers, vaak afgekort als REBA. Dat is belangrijk om vooraf goed uit te leggen en dit gebeurt door de bemiddelaars azc. Anders ontstaan er snel misverstanden over loon, loonstroken en wat iemand netto overhoudt. 

De waarde zit vooral in de band die je met iemand opbouwt. “Ze waarderen het. Je krijgt waardering naar elkaar toe. Dat voelt anders dan werken met losse uitzendkrachten. Dan is het werk klaar en is iemand weer weg. Als je iemand zelf op de loonlijst hebt, bouw je meer op.” 

Eerst het verschil: statushouder of asielzoeker? 

Voor werkgevers is het belangrijk om eerst het verschil te kennen. Een statushouder is een voormalig asielzoeker die een verblijfsvergunning heeft gekregen. Hij of zij mag in Nederland wonen én werken. Als werkgever kun je een statushouder in principe aannemen zoals iedere andere werknemer. Wel kan een statushouder te maken hebben met inburgering – waaronder taallessen – of begeleiding vanuit de gemeente. Bespreek daarom vooraf goed hoeveel uur iemand beschikbaar is, welke ondersteuning nodig is en met wie je afstemt bij vragen. 

Een asielzoeker zit nog in de asielprocedure en heeft dus nog geen verblijfsvergunning. Een asielzoeker mag betaald werken onder voorwaarden: deze regels zijn veranderd per 12 juni 2026 (Europees Migratiepact). Een asielzoeker heeft een tewerkstellingsvergunning (TWV) nodig. 

Begin op tijd met de TWV 

Wie een asielzoeker betaald wil laten werken, krijgt te maken met een tewerkstellingsvergunning: de TWV. Die vraag je als werkgever aan bij het UWV. Zo’n vergunning is gekoppeld aan één persoon, één werkgever en één contract. Je kunt dus niet vooraf een algemene vergunning regelen en later kijken wie er komt werken. 

Dat maakt planning belangrijk. Voor een losse dag werk is een TWV niet praktisch. Voor seizoenswerk, piekwerk of een langere periode kan het juist goed passen. Denk aan een aantal weken oogstwerk, schoonmaakwerk in de schuur of werk dat meerdere dagen per week terugkomt. Heb je morgen iemand nodig? Dan is dit meestal niet de snelste route. Weet je nu al dat je over een paar weken extra handen nodig hebt? Dan is dit het moment om te bellen. 

De bollenteler herkent dat. In zijn piekperiode heeft hij zo’n 40 mensen nodig. In rustigere periodes zijn dat er minder. Voor hem werkt het goed om ruim van tevoren een groep aan te melden en alle papieren meteen compleet te hebben. Zijn tip: zorg dat alles klopt. Namen, gegevens, contracten, loon, startdatum. Eén fout kan ervoor zorgen dat de aanvraag blijft liggen of opnieuw bekeken moet worden. 

Goede begeleiding voorkomt gedoe 

De teler werkte in het verleden ook weleens rechtstreeks met mensen die zich meldden. Dat ging niet altijd goed. Niet omdat mensen niet wilden werken, maar omdat afspraken niet helder waren. Zo wist hij eerst niet dat werknemers zelf gegevens en loonstroken moesten doorgeven voor de eigen bijdrage aan het COA (Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers). Daardoor ontstond onduidelijkheid. 

Nu loopt de afstemming via betrokken bemiddelaars vanuit COA / azc Assen en de gemeente. Dat helpt. Zij leggen aan de kandidaat uit hoe werken in Nederland gaat, wat er in een arbeidscontract staat, hoe ziekmelden werkt en wat loonstroken betekenen. Ook kunnen zij werkgevers helpen met vragen over taal, cultuur, vervoer en verwachtingen. “Veel misverstanden voorkom je door vanaf het begin duidelijk te zijn”, zegt Janneke Germeraad van Werkplein Drentsche Aa, betrokken bij het project rond azc Assen. 

Ook Erik Westerbeek van gemeente Midden-Drenthe ziet die samenwerking als voorwaarde. Een werkgever kan veel willen, maar het team moet ook mee. Collega’s op de werkvloer moeten openstaan voor iemand die de taal nog niet goed spreekt of anders gewend is te werken. “Je hebt je hele achterban nodig”, zegt hij. “Anders wordt het voor iedereen lastig.” 

Taal is vaak de grootste drempel 

Taal komt in beide gesprekken steeds terug. Niet als reden om niets te doen, wel als punt om serieus rekening mee te houden. Werkgevers zijn gewend om snel te praten, veel uit te leggen en vaktaal te gebruiken. Voor iemand die Nederlands leert, kan dat al snel te veel zijn. 

Maak daarom je berichten kort. Eén boodschap per zin. Geen lange appjes. Geen spreekwoorden. De ondernemer gebruikt soms Google Translate, maar controleert daarna de vertaling door die terug te vertalen naar het Nederlands. Dan zie je snel of de boodschap nog klopt. Zijn ervaring: een zin die voor jou duidelijk lijkt, kan vertaald ineens iets heel anders betekenen. 

De bollenteler kiest ook voor praktische oplossingen. In een groep is het handig als een paar mensen Engels, Duits of Nederlands spreken. Zij kunnen uitleg doorgeven aan anderen. Toch blijft de basis hetzelfde: de werkgever moet zorgen voor duidelijke instructies, zeker bij veiligheid en werkafspraken. 

Wees duidelijk over wat het werk inhoudt 

Niet elk werk past bij iedereen. Dat geldt voor Nederlandse werknemers net zo goed als voor internationale werknemers, statushouders of asielzoekers. In de bollensector is het werk soms eentonig en veel binnen. “Iedereen kan het doen, maar niet iedereen houdt het vol”, zegt de ondernemer. Daarom is het belangrijk om vooraf eerlijk te zijn. Is het zwaar werk? Is het repeterend werk? Is het buiten, ook als het regent? Moet iemand kunnen fietsen? Is er veel taal nodig? Hoe laat begint de werkdag? 

Juist die concrete vragen helpen om uitval te voorkomen. Bemiddelaars vragen daarom goed door voordat iemand wordt voorgesteld. Kan iemand de afstand naar het bedrijf afleggen? Past het werk bij de belastbaarheid? Begrijpt iemand dat een ja ook echt een afspraak is? En is de werkgever duidelijk genoeg geweest over de taken? 

Voor agrarische bedrijven in het buitengebied is vervoer een extra punt. In Assen zijn vanuit het project elektrische fietsen beschikbaar. Dat helpt, maar lost niet alles op. Fietsen in het donker, in regen of over grotere afstanden is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zeker bij vrouwen uit sommige landen kan fietsen een drempel zijn. Zorg voor duidelijkheid vóórdat je de TWV aanvraagt. 

Respect werkt twee kanten op 

In de gesprekken gaat het ook over cultuurverschillen. Niet zwaar of ingewikkeld, maar heel praktisch. Geef je wel of geen hand? Hoe ga je om met bidden tijdens werktijd? Hoe direct kun je iets zeggen? En wat doe je als iemand moeite heeft met een vrouwelijke leidinggevende? 

De teler zegt het eenvoudig: respect en acceptatie zijn het belangrijkst. Iedereen drinkt dezelfde koffie, gebruikt hetzelfde toilet en hoort er gewoon bij. Maar gelijkwaardigheid betekent ook dat iedereen zich aan de werkafspraken houdt. Ruimte geven voor geloof of gewoonten kan vaak prima, zolang het werk door kan gaan en het voor het team werkbaar blijft. Dat zit soms juist in kleine dingen. Op het land staat de ene keer Koerdische muziek op, later weer Nederlandse muziek. Geen groot gebaar, wel een simpel voorbeeld van samenwerken: ruimte geven aan elkaar, zolang het werk doorgaat. 

De bollenteler noemt een voorbeeld dat bleef hangen. Een vader en zoon wilden niet luisteren naar een vrouwelijke Poolse medewerker die op het bedrijf de leiding had. Hij sprak hen daarop aan: zo werkt het hier niet. Toen het gedrag terugkwam, trok hij een duidelijke grens. Dat is ook goed werkgeverschap: welkom zijn betekent niet dat alles kan. 

Training helpt om elkaar beter te begrijpen 

Werkgevers hoeven dit niet allemaal zelf uit te vinden. In verschillende regio’s zijn trainingen of praktische hulpmiddelen beschikbaar. Tijdens het gesprek wordt onder meer de training Harrie Helpt genoemd. Harrie staat voor hulpvaardig, alert, realistisch, rustig, instruerend en eerlijk. De kern: begeleid iemand op een duidelijke, rustige en realistische manier. 

Zo’n training helpt werkgevers om anders te communiceren. Minder vaktaal. Kortere zinnen. Meer checken of iemand je echt begrepen heeft. Geen grote toekomstvragen stellen aan iemand die nog niet weet of hij in Nederland mag blijven. En ook: weten dat Nederlanders vaak heel direct zijn. Wat voor jou normaal klinkt, kan voor iemand anders hard of ongemakkelijk voelen. 

De teler noemt zichzelf ook direct. Soms té direct. Hij vroeg een man die al jaren in Nederland was waarom hij nog geen Nederlands sprak. Zijn punt was oprecht: taal helpt om mee te doen, zeker als je kinderen naar school gaan en je gesprekken moet kunnen voeren. Tegelijk was de les duidelijk: begin zo’n gesprek met meer uitleg en respect. Niet iedereen krijgt meteen taalles. En niet iedereen leert even makkelijk. 

Werk kan een springplank zijn 

De waarde van werk is groter dan alleen de uren op het bedrijf. Werken geeft ritme, taalcontact, zelfvertrouwen en een beter beeld van hoe Nederland werkt. Voor iemand die later een status krijgt, kan die ervaring helpen bij inburgering en verdere stappen op de arbeidsmarkt. Voor iemand die geen status krijgt, kan het nog steeds waardevol zijn om in de periode dat hij hier is mee te doen en iets bij te dragen. 

De bollenteler ziet zijn bedrijf soms als springplank. Iemand begint met seizoenswerk, maar blijkt handig te zijn met lassen, repareren of timmeren. Dan kan er misschien meer. Soms op het eigen bedrijf, soms bij een collega in de buurt. Zo blijven mensen in beweging en kunnen werkgevers elkaar helpen.  

Tegelijk is er ook een schaduwkant. De bollenteler had ooit twee goede jongens aan het werk die veel konden. Uiteindelijk kregen zij geen status en moesten ze weg. Dat vond hij moeilijk. Als werkgever investeer je in iemand, bouw je vertrouwen op en dan kan de uitkomst toch anders zijn. Ook dat hoort bij het eerlijke verhaal.  

Praktische lessen voor werkgevers 

Wat kunnen werkgevers die hiermee aan de slag willen morgen al doen? De belangrijkste les uit beide interviews: begin niet bij de papieren, maar bij een eerlijk gesprek. Wat voor werk heb je? Voor hoeveel dagen of weken? Welke taal is nodig? Hoe komt iemand op je bedrijf? Wie begeleidt iemand op de werkvloer? En staat je team ervoor open? 

Neem daarna contact op met het lokale asielzoekerscentrum, de gemeente, het lokale Werkplein of een regionaal project dat bemiddelt tussen werkgevers en asielzoekers of statushouders. Vraag wat er kan, welke kandidaten beschikbaar zijn en welke begeleiding mogelijk is. Laat je helpen met selectie, uitleg en het voorkomen van misverstanden. Dat scheelt tijd én frustratie. 

Zorg vervolgens dat de basis klopt: contract, loon, controle op arbeidsrecht, eventuele TWV-aanvraag, BSN, vervoer, werktijden, veiligheidsinstructies en afspraken over ziekmelden. Leg alles in korte, duidelijke taal uit. Check of iemand het begrepen heeft. En bespreek ook wat jij van iemand verwacht: op tijd komen, melden als iets niet lukt, luisteren naar de leidinggevende en veilig werken. Veel projecten en werkpunten/werkpleinen maken gebruik van ervaringsdeskundigen die helpen met de (interculturele) vertaling en zo zorgen voor de gewenste duidelijkheid over verwachtingen.  

Misschien wel de meest nuchtere tip komt van de bollenteler: “Gewoon proberen. Met de één klikt het wel, met de ander niet. Maar als je het niet probeert, weet je het niet.” 

Wanneer past het goed? 

Werken met asielzoekers of statushouders past vooral goed als je werk hebt voor meerdere dagen per week of voor een duidelijke periode. Bijvoorbeeld in een oogstpiek, bij schoonmaakwerk, inpakwerk, winkelwerk of ander werk waarvoor niet meteen veel Nederlandse taal nodig is. Het helpt als je iemand rustig kunt inwerken en als er op de werkvloer één vast aanspreekpunt is. 

Het past minder goed als je morgen ad hoc iemand nodig hebt, als het werk maar één losse dag duurt, als er geen tijd is om iemand in te werken of als je team er niet voor openstaat. Ook als veiligheid sterk afhangt van snelle mondelinge instructies, vraagt dit extra voorbereiding. 

De conclusie: sociaal én zakelijk goed regelen 

Dit onderwerp raakt aan maatschappelijke betrokkenheid, maar het blijft ook gewoon werkgeverschap. Het werk moet gedaan worden. Het bedrijf moet draaien. En de medewerker moet weten waar hij aan toe is. Juist daarom werkt het alleen als je het sociaal én zakelijk goed regelt. 

Wie openstaat voor asielzoekers en statushouders, krijgt er niet automatisch een eenvoudige oplossing bij. Wel krijg je de kans om gemotiveerde mensen werkervaring te bieden, je eigen arbeidspiek beter op te vangen en bij te dragen aan meedoen in de praktijk. Dat begint klein: met één gesprek, één goede match en duidelijke afspraken. 

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit deze praktijkverhalen: geef mensen die willen werken ook echt een kans. Niet blind of onvoorbereid, maar met duidelijke afspraken, goede afstemming en vertrouwen. Soms klikt het niet. Soms vind je iemand die graag wil, groeit in het werk en van waarde wordt voor je bedrijf. 

Mocht je statushouders in dienst nemen, dan kan je tot en met 30 september 2026 gebruik maken van de subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers inzet Statushouders (SOWIS).  

Meer weten? 

Meld je dan aan voor de HR-kennissessie ‘Werken met nieuwe doelgroepen – praktisch aan de slag met inclusief werkgeverschap’ op woensdag 12 augustus van 15.00 tot 16.00 uur van de Werkgeverslijn land- en tuinbouw. 

Klik hier voor informatie en aanmelden

6 praktische tips als je wilt werken met asielzoekers of statushouders 

  • Open houding. Vraag je af: sta ik open om een nieuwkomer binnen mijn bedrijf te laten werken? Ben ik mij bewust van de mogelijke gevolgen, zoals verschillen in achtergrond, taal en cultuur? Deze bewustwording vormt de basis. Vanuit deze houding ontstaat de openheid die nodig is wanneer een asielzoeker of statushouder wordt aangenomen.
  • Neem je team mee. Werken met asielzoekers of statushouders lukt alleen als collega’s er ook voor openstaan. Bespreek vooraf wat het vraagt en wat het kan opleveren. 
  • Bespreek verwachtingen en werkafspraken. Voor veel asielzoekers en statushouders is werken in Nederland nieuw. Zij zijn vaak nog niet bekend met de arbeidsregels en werkcultuur. Vertel daarom vooraf wat het werk inhoudt, wat je van iemand verwacht en wat iemand van jou als werkgever kan verwachten. Denk aan taken, werktijden, taalniveau, vervoer, veiligheid, pauzes, ziekmelden, loonstroken, op tijd komen en wie het aanspreekpunt is. Zet de belangrijkste afspraken kort en duidelijk op papier. 
  • Taal als onderdeel van het werk
    Taalontwikkeling is een belangrijk onderdeel van het werkproces voor statushouders. Werkgevers kunnen hier actief aan bijdragen door duidelijk en rustig te communiceren. Denk aan het gebruik van korte zinnen, eenvoudige woorden en het herhalen van belangrijke informatie. Dit helpt de statushouder om de taal sneller en beter te beheersen. 
  • Regel begeleiding op de werkvloer. Wijs één vast aanspreekpunt aan. Die legt rustig uit, checkt of iemand het begrijpt en houdt contact met de bemiddelaars buiten het bedrijf. 
  • Begin op tijd. Bij asielzoekers is vaak een tewerkstellingsvergunning nodig. Dat kost tijd. Wacht dus niet tot je morgen extra handen nodig hebt. 

          Gerelateerde berichten

          Datum 12 augustus 2026 Locatie Online Online
          HR-kennissessie Werken met nieuwe doelgroepen – praktisch aan de slag met inclusief werkgeverschap

          Steeds meer werkgevers in de land- en tuinbouw staan open voor het werken met nieuwe doelgroepen. In dit webinar bespreken we wat het in de praktijk vraagt van je werkvloer, begeleiding en tijd. Ontdek wat past bij jouw bedrijf.

          Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders

          Heb je statushouders aan het werk op jouw bedrijf of overweeg je dat? De subsidieregeling ‘Ondersteuning werkgevers inzet statushouders’ biedt jou als werkgever een financiële tegemoetkoming voor de extra begeleiding van statushouders op de werkvloer. 8 juni 2026 gaat de nieuwe aanvraagperiode open.

          Werken met statushouders

          Werknemers vinden is voor veel werkgevers in de land- en tuinbouw een uitdaging. Heb je al eens gedacht aan het werken met statushouders? Op deze themapagina vind je heldere informatie, praktische tips en direct toepasbare stappen om te bepalen of werken met statushouders bij jouw bedrijf past.