Werken met zzp’ers
- 17 december 2025
- Laatste update: 5 mei 2026

Wil je voor een specifieke opdracht op je bedrijf een zzp’er inschakelen? Op deze themapagina vind je alle relevante informatie over werken met zzp’ers. Bekijk de modelovereenkomst voor werken met zzp’ers, het stappenplan, volg de ontwikkelingen in wetgeving en lees de veelgestelde vragen over dit onderwerp.
Voor meer informatie kun je altijd contact opnemen via 088 – 888 66 88 of ons contactformulier.
Een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is een begrip dat gebruikt wordt in de volksmond, door de Nederlandse Belastingdienst en de sociale zekerheidsinstellingen. Het is geen echte ondernemingsvorm. Het gaat hier om een ondernemer die geen personeel in dienst heeft en voor eigen rekening en risico arbeid aanbiedt. Een andere term is freelancer.
De zzp’er is zelfstandig in die zin dat de zzp’er geen arbeidsovereenkomst heeft. In de agrarische sector wordt relatief veel met deze vorm gewerkt, enerzijds doordat agrarische ondernemers zzp’ers inhuren, anderzijds doordat zij zichzelf in rustige perioden verhuren als zzp’er.

Als je een zzp’er in wilt huren voor een klus, dan is het van belang dat je er zeker van bent dat het om een zelfstandige ondernemer gaat en om een opdracht die door een zelfstandige kan worden uitgevoerd, en dat er geen verkapt dienstverband en daarmee schijnzelfstandigheid ontstaat. Voorheen gaf een VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) hier zekerheid over, maar per 1 mei 2016 is deze afgeschaft. Sindsdien is de wet DBA in werking getreden (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Met de komst van deze wet is er niet meer één document waarmee de opdrachtnemer kan verklaren dat hij door de Belastingdienst als zzp’er wordt gezien.
Daarvoor in de plaats moeten de opdrachtgever en de opdrachtnemer bij iedere arbeidsrelatie beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking. Het beoordelen van de arbeidsrelatie kun je doen via de website hetjuistecontract.nl. Een uitgebreidere analyse kun je doen met behulp van de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Bij beide doorloop je een digitale vragenlijst waarmee je kunt vaststellen of er sprake is van een dienstbetrekking of niet. Hierbij wordt onder andere gekeken naar of er sprake is van werkgevergezag en of de opdrachtnemer ondernemersrisico loopt.
Wanneer je werkt met een zzp’er is het belangrijk dat het werk van de zzp’er gaat doen ook daadwerkelijk door een zelfstandige kan worden uitgevoerd; is er daadwerkelijk sprake van een klus voor een zelfstandige, of is er toch sprake van een dienstbetrekking? Bij controle zal door de Belastingdienst worden gekeken of een arbeidsrelatie voldoet aan de voorwaarden van een dienstbetrekking. Bij deze beoordeling kijkt de Belastingdienst niet alleen naar wat er op papier is afgesproken, maar vooral naar hoe er in de praktijk wordt gewerkt. De feitelijke uitvoering van het werk is daarbij doorslaggevend. Er wordt getoetst op basis van drie kenmerken:
| Kenmerken | Dienstbetrekking | Zzp |
| Persoonlijke arbeid | De werknemer moet het werk zelf doen; vervanging door iemand anders is niet toegestaan. | De zzp’er mag in principe het werk door een ander laten uitvoeren (mits dit in de overeenkomst staat). |
| Gezagsverhouding | De opdrachtgever (werkgever) bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd en geeft instructies. | De zelfstandige bepaalt zelf de werkwijze en werkt onafhankelijk. |
| Loon | De werkgever betaalt een vaste vergoeding (loon) voor de verrichte arbeid. | De vergoeding is per uur, per opdracht of project, niet een vast maandelijks loon. |
Naast deze drie klassieke kenmerken speelt ook het ondernemerschap van de zzp’er een rol. Daarbij wordt onder meer gekeken naar of de zzp’er voor meerdere opdrachtgevers werkt, eigen investeringen doet, ondernemersrisico loopt en zich ook buiten deze opdracht als ondernemer profileert.
Als een zzp’er bij jou werkzaam is, en alle drie de kenmerken van een dienstbetrekking zijn aan de orde, en de zzp’er gedraagt zich ook niet als een ondernemer, dan zal de Belastingdienst dit bij een controle aanmerken als een dienstbetrekking en is er dus sprake van schijnzelfstandigheid. Er is dan geen sprake van een opdrachtnemer maar van een werknemer, voor wie je als werkgever inhoudingsplichtig bent voor de loonheffingen. Wordt schijnzelfstandigheid vastgesteld, dan kan de Belastingdienst correctieverplichtingen en naheffingen opleggen over perioden vanaf 1 januari 2025. In de praktijk start een controle vaak met een bedrijfsbezoek, waarbij de Belastingdienst in gesprek gaat over de inrichting van de arbeidsrelatie. Je krijgt daarbij meestal de gelegenheid om de situatie aan te passen.
Let op! Behalve de bovengenoemde ‘echte’ dienstbetrekking zijn er ook fictieve dienstbetrekkingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de arbeidsrelatie van een thuiswerker, commissaris of stagiaire. Ook al is er geen echte dienstbetrekking, de opdrachtgever moet bij deze arbeidsrelaties toch loonheffingen inhouden en betalen.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium is opgeheven. Dat betekent dat jij als opdrachtgever verantwoordelijk bent voor een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie.
In 2025 en 2026 geldt daarbij een zogenoemde zachte landing. De Belastingdienst start controles meestal met een bedrijfsbezoek en een waarschuwend gesprek. Verzuimboetes worden in deze periode niet opgelegd, maar naheffingen blijven mogelijk. Bij opzet of grove schuld kan wel een vergrijpboete volgen bij opzet of grove schuld.
De beoordeling of iemand werkt als zelfstandige of als werknemer is gebaseerd op bestaande wetgeving en rechtspraak. Er gelden op dit moment geen recente nieuwe wettelijke criteria.

In politiek Den Haag wordt veel gesproken over het werken met zzp’ers en schijnzelfstandigheid. Het kabinet heeft begin 2026 een deel van de in 2024 voorgestelde zzp-wetgeving (Vbar = Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden) geschrapt. Het gaat om het zogenoemde verduidelijkingsdeel, dat moest uitleggen wanneer iemand als zelfstandige of werknemer werkt. Dit onderdeel zorgde volgens het kabinet voor te veel onrust. Met deze keuze zet minister Aartsen in op meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers en wordt de weg vrijgemaakt voor de ontwikkeling van een nieuwe Zelfstandigenwet.
Het kabinet wil daarnaast een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst invoeren om met name laagbetaalde werkenden beter te beschermen. Bij een lager uurtarief (op dit moment genoemd: tot € 38 per uur) wordt dan vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Jij als opdrachtgever moet in dat geval aantonen dat toch sprake is van zelfstandig ondernemerschap.
Met dit rechtsvermoeden wil het kabinet werkenden met een kwetsbare positie extra bescherming bieden. Het kabinet heeft aangegeven hier prioriteit aan te geven en streeft naar invoering per 1 januari 2027.

In ons webinar van 11 december 2024 geven we jou als agrarisch werkgever praktisch advies om boetes en naheffingen te voorkomen. Deze werkgeversbijeenkomst maakt onderdeel uit van de uitgebreide dienstverlening voor abonnees. Werkgevers uit de sectoren Open Teelten, Dierhouderij en Paddenstoelen kunnen ook zonder abonnement naar het webinar kijken. Heb je géén Werkgeverslijnabonnement en ben je werkgever in één van deze sectoren? Neem dan contact met ons op om dit webinar te kijken.
Klik hier om het webinar te bekijkenWanneer er na controle van de Belastingdienst sprake is van schijnzelfstandigheid dan volgt er sinds 1 januari 2025 een naheffing en kan dit vanaf 1 januari 2026, wanneer sprake is van grove schuld of opzet, ook een vergrijpboete opleveren. Daarnaast zijn er nog een aantal gevolgen voor opdrachtgevers:
Zo kan een zzp’er aanspraak maken op werknemersrechten, zoals doorbetaling bij ziekte en vakantiegeld, wanneer hij zelf denkt toch een werknemer te zijn. Als een rechter dan bepaalt dat hij inderdaad een schijnzelfstandige is, dan kunnen de vergoedingen hiervoor aan de werknemer flink oplopen.
Ook kan de zzp’er die feitelijk een werknemer is aanspraak maken op pensioen. De zzp’er heeft dan nooit de premies betaald, maar heeft wel de rechten. En het pensioenfonds zal dit dan bij jou als werkgever met terugwerkende kracht vorderen.
Ook kan een schijnzelfstandige aanspraak maken op een transitievergoeding bij ontslag, net als reguliere werknemers dat krijgen. De transitievergoeding wordt berekend op basis van het loon en de duur van het dienstverband. Houd er rekening mee dat het tarief wat was afgesproken dan wordt gezien als loon.
De Belastingdienst zal bij controle kijken naar de arbeidsrelatie. Zij beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking. Je kunt zelf ook de arbeidsrelatie die je met iemand hebt beoordelen. Een belangrijk toetsingscriterium is werkgeversgezag.
Een zzp’er:
In het geval van een zzp’er is geen sprake van gezag van een werkgever.
Bepaal jij als werkgever hoe iemand zijn werkzaamheden uitvoert en geef je instructies mee zoals je dat ook aan reguliere werknemers binnen jouw bedrijf doet? Dan is de kans groter dat er sprake is van een dienstbetrekking.
De overheid biedt een aantal mogelijkheden om jouw arbeidsrelatie te checken. De webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie kun je hiervoor gebruiken. De website hetjuistecontract.nl kan ook duidelijkheid geven.

LTO Nederland heeft met de belastingdienst overeenstemming bereikt over een modelovereenkomst voor het inschakelen van zzp’ers op land- en tuinbouwbedrijven. Hierin kun je schriftelijk overeenkomen dat er wat jullie betreft sprake is van een opdrachtgever – opdrachtnemer relatie en dat een dienstverband is uitgesloten. Belangrijk om te weten is dat het gebruik van deze modelovereenkomst je niet vrijwaart van schijnzelfstandigheid; in de praktijk moet namelijk ook precies volgens deze overeenkomst worden gewerkt. De LTO modelovereenkomst agrarische werkzaamheden geen werkgeversgezag vind je hier. In december 2024 is besloten de geldigheid van de modelovereenkomsten te verlengen tot 31 december 2029.
Heb je besloten dat je voor een specifieke opdracht of klus een zzp’ers wilt inschakelen en heb je een geschikte zzp’er gevonden? Bekijk in het stappenplan hoe je de modelovereenkomst voor werken met zzp’ers kunt gebruiken.
Wanneer je met een zzp’er werkt, is het afgesproken tarief belangrijk. Er bestaat geen wettelijk minimumtarief, maar een laag uurtarief kan wél wijzen op schijnzelfstandigheid. Zeker nu de handhaving is aangescherpt, vraagt dit extra aandacht.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Hierbij wordt gekeken naar de arbeidsrelatie tussen jou als opdrachtgever en de opdrachtnemer, de zzp’er. In politiek Den Haag wordt gewerkt aan een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage zzp‑tarieven. De beoogde ingangsdatum hiervoor is 1 januari 2027.
Verdient een zzp’er dan ongeveer € 38 per uur of minder (prijspeil 2026), dan kan hij of zij makkelijker stellen dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval moet jij als opdrachtgever aantonen dat er tóch sprake is van echte zelfstandigheid. Ondanks dat dit nog geen wetgeving is, is het nu ook belangrijk niet een te laag tarief af te spreken met jouw zzp’er; een laag tarief is niet de kern van schijnzelfstandigheid, maar het zet wel de eerste vraagtekens bij de arbeidsrelatie.
In de agrarische sector lopen zzp‑tarieven sterk uiteen. Voor uitvoerende agrarische werkzaamheden liggen tarieven vaak rond € 35 tot € 45 per uur, maar voor gespecialiseerd of zelfstandig werk liggen tarieven hoger. Zzp‑tarieven die (ruim) onder de € 38 per uur liggen, brengen extra risico’s/vragen met zich mee, wees je daar bewust van.
Een zzp’er moet uit het tarief onder andere betalen:
Ligt het tarief (veel) lager dan wat dit vraagt, dan is zelfstandigheid lastiger te onderbouwen.
In onze rubriek veel gestelde vragen vind je een aantal vragen die we vaker van ondernemers krijgen over het werken met zzp’ers. Wanneer is er sprake van zzp? Welke risico’s loop ik als ondernemer? En welke modelovereenkomst kan ik gebruiken?
Na de invoering van de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie) in 2016 ontstond er discussie en onrust over de regels, deze waren niet duidelijk. De handhaving op deze wet werd daarom opgeschort; het zogenoemde handhavingsmoratorium. Dit houdt in dat de Belastingdienst wel controleert maar niet handhaaft. Er volgden dus een lange periode geen naheffingen en correctieverplichtingen.
Per 1 januari 2025 werd dit handhavingsmoratorium opgeheven en volgde een overgangsjaar; wel handhaving en geen boete. Per 1 januari 2026 zouden er ook weer boetes volgen. In december 2025 is echter een motie aangenomen om het overgangsjaar in 2026 gedeeltelijk te verlengen; De Belasting voert controles en naheffingen uit, maar geeft alleen een boete bij grove schuld of opzet (vergrijpboete). Een verzuimboete (zonder grove schuld of opzet) volgt pas na 1 januari 2027.
Zzp is geen officiële term en het is dan ook voor opdrachtgevers lastig om te beoordelen of iemand een zzp’er is. Een zzp’er is feitelijk een zelfstandige zonder personeel die voor eigen rekening en risico opdrachten uitvoert. Bij controles bij de opdrachtgever zal door de Belastingdienst worden gekeken of een arbeidsrelatie voldoet aan de voorwaarden van een dienstbetrekking op basis van drie kenmerken:
| Kenmerken | van dienstbetrekking | van ZZP |
| Persoonlijke arbeid | De werknemer moet het werk zelf doen; vervanging door iemand anders is niet toegestaan. | De zzp’er mag in principe het werk door een ander laten uitvoeren (mits dit in de overeenkomst staat). |
| Gezagsverhouding | De opdrachtgever (werkgever) bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd en geeft instructies. | De zelfstandige bepaalt zelf de werkwijze en werkt onafhankelijk. |
| Loon | De werkgever betaalt een vaste vergoeding (loon) voor de verrichte arbeid. | De vergoeding is per uur, per opdracht of project, niet een vast maandelijks loon. |
Als een zzp’er bij jou werkzaam is, en alle drie de kenmerken zijn aan de orde, dan zal de Belastingdienst dit bij een controle aanmerken als een dienstbetrekking. Er is dan geen sprake van een opdrachtnemer maar van een werknemer, voor wie je als werkgever inhoudingsplichtig bent voor de loonheffingen. Wordt dit door de Belastingdienst vastgesteld, dan krijg je te maken met correctieverplichtingen of naheffingen en eventueel een boete.
Let op! Behalve de bovengenoemde ‘echte’ dienstbetrekking zijn er ook fictieve dienstbetrekkingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de arbeidsrelatie van een thuiswerker, commissaris of stagiaire. Ook al is er geen echte dienstbetrekking, de opdrachtgever moet bij deze arbeidsrelaties toch loonheffingen inhouden en betalen.
Bij het inschakelen van een zzp’er mag er geen gezagsverhouding zijn. Dit is een lastig begrip, hier bestaat geen eenduidige definitie van. De Belastingdienst geeft als concreet handvat dat je met een zzp’er bijvoorbeeld wel het resultaat van de opdracht mag afspreken, maar niet hoe hij dit moet uitvoeren. Hoe hij het resultaat bereikt, dat is de verantwoordelijkheid van de zzp’er. Hij doet dit naar eigen inzicht en zonder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Als je een zzp’er toch instructies geeft over hoe hij het werk moet doen, dan zal de verhouding tussen jou en de zzp’er al gauw worden beoordeeld als gezagsverhouding en moet je loonheffingen afdragen.
Als je met een zzp’er werkt, maar in de praktijk zijn alle kenmerken van een dienstbetrekking aanwezig, dan zal de Belastingdienst deze arbeidsrelatie bij controle beoordelen als een dienstbetrekking. Je bent dan werkgever voor de Belastingdienst, en dus verantwoordelijk om de loonheffingen af te dragen aan de Belastingdienst. De Belastingdienst kan jou hiervoor een naheffingsaanslag loonheffingen en zelfs een boete opleggen.
Daarnaast kan een schijnzelfstandige met terugwerkende kracht aanspraak maken op werknemersrechten (vakantiedagen en doorbetaling bij ziekte), pensioenrechten en transitievergoeding bij ontslag, zoals dat voor reguliere werknemers ook geldt. Deze vergoedingen kunnen flink oplopen.
Niet alleen de Belastingdienst kan achteraf beoordelen dat er feitelijk sprake was van een dienstverband in plaats van een zelfstandige opdracht. Ook pensioenfondsen kunnen hierop handhaven. Zij kijken naar de feitelijke situatie en kunnen, als er volgens hen sprake is van een arbeidsovereenkomst, met terugwerkende kracht pensioenpremies opeisen bij de opdrachtgever.
Opdrachtgevers proberen soms deze kosten af te wentelen op de ZZP’er via de overeenkomst van opdracht. Dat is juridisch niet toegestaan. De verantwoordelijkheid voor de werkgeverspremie blijft in zo’n geval gewoon bij de opdrachtgever liggen. Dit kan dus een forse financiële tegenvaller opleveren als achteraf sprake blijkt van een dienstbetrekking.
Om deze risico’s te voorkomen moet je eerst kritisch kijken naar de arbeidsrelatie tussen jou en jouw zzp’er. Is er geen sprake van een dienstbetrekking, leg dan de afspraken vast in een (model-)overeenkomst. Is er feitelijk wel sprake van een dienstbetrekking, dan kun je er beter voor kiezen om de zzp’er zelf in dienst te nemen of via een uitzendbureau of payrollbedrijf te laten werken.
De webmodule is een online vragenlijst die is ontwikkeld om de regels te verduidelijken. Het helpt jou om antwoord te krijgen op de vraag of er in de relatie tot de persoon die bij jou werkt sprake is van zzp of van een dienstbetrekking. De uitkomst van de webmodule is geen juridische beslissing en je kunt er dus ook geen rechten aan ontlenen. Wil je gebruik maken van de webmodule of wil je meer informatie, klik hier.
Nee, het werken met een modelovereenkomsten is niet verplicht. Het is een handig hulpmiddel bij het vormgeven van de relatie en de afspraken met de persoon die bij jou werkt als zzp’er. Het kan in twijfelgevallen duidelijkheid geven over de vraag of de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer gevolgen heeft voor de loonheffingen. Belangrijk is wel dat de praktijk overeenkomt met wat er in de modelovereenkomst is afgesproken. Mocht u niet willen werken met een modelovereenkomst, dan is het wel raadzaam om afspraken over de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer schriftelijk vast te leggen.
Nee, de modelovereenkomst op zichzelf biedt geen vrijwaring, zoals de VAR-WUO of de VAR-DGA dat voorheen wel deden. Het gaat er uiteindelijk om dat de praktijk overeenkomt met wat je schriftelijk met de opdrachtnemer bent overeengekomen. Als er bijvoorbeeld een ‘modelovereenkomst zonder werkgeversgezag’ is gebruikt en ondertekend, en in de praktijk blijkt ook dat er echt geen gezagsverhouding is tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer, dan zal de Belastingdienst deze situatie beoordelen als een situatie waarin werkzaamheden buiten dienstbetrekking worden verricht en krijg je geen naheffingen. De praktijk is dus leidend bij het bepalen of je risico loopt.
Er hoeft niet voor iedere opdracht een nieuwe modelovereenkomst te worden opgesteld, mits de inhoud van de afspraken niet is veranderd. Wel is het verstandig om de nieuwe data (looptijd) en werkzaamheden vast te leggen en te verwijzen naar het nummer van de eerdere gebruikte overeenkomst. Dat kan ook in een e-mail.
Wij adviseren om bij aanneming van werk in de agrarische sector zelf een nieuwe overeenkomst ter beoordeling aan de Belastingdienst voor te leggen. De vraag doet zich namelijk snel voor of hierbij toch sprake kan zijn van werkgeversgezag, de arbeidsrelatie met aannemers van werk en hun hulpen zijn mogelijk fictieve dienstbetrekkingen.
Nee. Het heeft nooit in de wet gestaan dat een zzp’er minimaal drie opdrachtgevers moet hebben, maar de Belastingdienst gaf dit eerder als één van de richtlijnen om te bepalen of er sprake was van een zelfstandig ondernemer. Voor jouw als opdrachtgever is dit niet van belang, want de Belastingdienst beoordeelt iedere arbeidsrelatie op zichzelf. Het is voor jou dus van belang dat je kijkt naar de werkzaamheden die de zzp’er bij jou uitvoert en of tussen jou en die zzp’er sprake is van een dienstbetrekking. De opdrachtgever moet er wel mee instemmen dat de opdrachtnemer ook opdrachten voor andere opdrachtgevers verricht.
Voor de zzp’er zal het wel van belang zijn dat de Belastingdienst hem ziet als zelfstandig ondernemer. Dat wordt pas beoordeeld wanneer de aangifte inkomstenbelasting wordt gedaan. Dan is het van belang of sprake is van een ondernemerschap om gebruik te kunnen maken van de fiscale voordelen voor zelfstandigen. Bij die beoordeling is het aantal opdrachtgevers wel relevant. Dit is echter slechts één criterium wat bij die beoordeling relevant is.
Een zzp’er zal over het algemeen over eigen materialen beschikken. Als het mogelijk is, zal hij hier ook gebruik van maken bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Kom je overeen dat de zzp’er materialen van jou gebruikt, dan kun je dat overeenkomen. Bij werken buiten dienstbetrekking ligt het voor de hand dat je daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
Kijk voor meer informatie op de website van de Belastingdienst. Voor specifieke vragen over jouw situatie kun je ook contact opnemen met de Werkgeverslijn land- en tuinbouw via het telefoonnummer 088 – 888 66 88 of onze contactpagina.