Veelgestelde vragen over huisvesting en het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF)

Steeds meer agrarische werkgevers krijgen te maken met extra vragen van gemeenten over de huisvesting van internationale werknemers. Denk aan registratie, toeristenbelasting en regels rondom contractvormen. Ook het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) roept in de praktijk vragen op. 

Tijdens onze digitale Zoom-uurtjes eind 2025 stelden werkgevers hun vragen. Op basis van deze signalen hebben wij onze Vraag-en-antwoord aangevuld en geactualiseerd. 

Twijfel je of jouw huisvesting goed geregeld is? Of krijg je vragen van je gemeente waar je geen duidelijk antwoord op hebt? Neem contact met ons ondersteuningsteam huisvesting op. We denken graag met je mee. 

Nee. Afspraken over huisvesting (zoals huurprijs, servicekosten, borg en huisregels) moet je altijd vastleggen in een aparte huurovereenkomst. Je mag dit dus niet “meenemen” in de arbeidsovereenkomst. Kijk onder ‘downloads’ voor een model huurovereenkomst.  

Wat mag wél? Onder voorwaarden mag je in de arbeidsovereenkomst benoemen dát je kosten voor huisvesting op het loon inhoudt, maar je moet dan altijd verwijzen naar de aparte huurovereenkomst waarin die afspraken staan.

Tip: zorg ook dat je medewerkers informatie over rechten en plichten als huurder krijgen in hun eigen taal. 

Ja, dat mag onder voorwaarden. Je moet hiervoor: 

  • gecertificeerd zijn met het Agrarisch Keurmerk Flexwonen of SNF; 
  • een aparte huurovereenkomst hebben; 
  • schriftelijke toestemming van de werknemer hebben voor de inhouding; 
  • voldoen aan de regels voor minimumloon (de inhouding mag er niet voor zorgen dat je onder het wettelijk minimumloon uitkomt); 
  • voldoen aan eventuele cao-afspraken, zoals het afgesproken percentage; 
  • daarnaast moet duidelijk zijn welke kosten je inhoudt en hoe deze zijn opgebouwd. 

            Let op: inhoudingen zonder duidelijke afspraken of zonder aparte huurovereenkomst kunnen worden teruggedraaid bij controle. De maximale inhouding is 20% van het WML binnen de agrarische cao’s.

            Gemeenten willen steeds vaker inzicht in wie er op welk adres woont en of normeringen kloppen. Wat ze formeel mogen eisen, hangt af van lokaal beleid. 

            In de praktijk gebruiken gemeenten keurmerken zoals AKF steeds vaker om handhaving te ondersteunen. Zorg dat je administratie op orde is en dat je kunt aantonen dat je voldoet aan de normen. 

            AKF is volledig transparant: het keurmerk heeft een openbaar register waar iedereen – dus ook gemeenten – kan inzien welke werkgevers gecertificeerd zijn. Kijk hiervoor op www.werkgeverslijn.nl/register 

            Ja. Je hebt als werkgever de verantwoordelijkheid om te registreren wie er bij jou verblijft. Dit kan bijvoorbeeld via een nachtregister of bewonersregistratie.

            Dit verschilt per gemeente. Vaak geldt inschrijving bij verblijf langer dan vier maanden. Sommige gemeenten hanteren strengere regels. Controleer altijd wat in jouw gemeente geldt. 

            Sommige gemeenten heffen toeristenbelasting als het verblijf wordt gezien als logies. Schrijven werknemers zich in bij de gemeente, dan vervalt toeristenbelasting vaak. 

            Gemeenten mogen in veel gevallen zelf bepalen of ze toeristenbelasting heffen. 

            Dat hangt af van de contractvorm. 

            • Bij logies kan toeristenbelasting gelden. 
            • Bij een vast huurcontract (huurrecht) geldt meestal geen toeristenbelasting meer. Een gemeente kan hier beleidsmatig van afwijken. 

              Wetgeving rondom logies en huur is in beweging. Laat contracten altijd toetsen als je twijfelt, of ga hierover actief in gesprek met je gemeente. Kijk onder ‘downloads’ voor een model huurovereenkomst.

              Dit gebeurt regelmatig. Leg in contracten duidelijk vast wat er gebeurt bij tussentijds vertrek, bijvoorbeeld rondom huur en opzegtermijn. 

              Dit kan een lastig dilemma zijn. Wettelijk zijn tijdelijke huurcontracten niet altijd toegestaan, terwijl je mensen ook niet zomaar wilt laten vertrekken. 

              Blijf in gesprek met je medewerkers en zorg dat je contracten aansluiten bij de praktijk. Bij controle wordt gekeken naar wat je daadwerkelijk uitvoert. 

              Het keurmerk AKF en de bijbehorende norm maakt onderdeel uit van de cao’s Open Teelten, Productiegerichte Dierhouderij en Glastuinbouw. Werkgevers in deze sectoren kunnen zich dus aanmelden voor een audit. Momenteel heeft de Paddenstoelensector geen eigen cao. Uiteraard kun je als paddenstoelenteler of veehouder die buiten de cao valt, je huisvesting wel laten “toetsen” of de huisvesting voldoet aan de norm, maar het is niet mogelijk om een keurmerk af te geven. 

               

              Het is een misverstand dat AKF alleen bedoeld zou zijn voor seizoenshuisvesting. Dat klopt niet. 

              AKF kent juist zowel seizoenshuisvesting als volwaardige jaarrond huisvesting. Voor jaarrond locaties gelden uitgebreide normen die passen bij langdurige en structurele huisvesting. Waarbij de normen voor seizoenshuisvesting ruimte biedt voor tijdelijkheid zoals bijvoorbeeld sanitair- en kookunits apart van de woonunits. 

              Gemeenten die AKF opnemen in het beleid, doen dus geen concessies aan kwaliteit of toezicht. 

              Je kunt ook kiezen voor certificering op basis van de SNF-norm. Beide keurmerken zijn gebaseerd op de nationale intentieverklaring (tijdelijke) huisvesting arbeidsmigranten uit 2012.

              Wanneer je als ondernemer kortstondige, flexibele seizoenhuisvesting hebt (in de periode 15 maart tot 15 oktober voor maximaal 4 maanden) kan je voor certificering terecht bij het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF). Dit is niet mogelijk bij SNF.  Binnen SNF-norm is namelijk de zogenaamde categorie ‘agrarische seizoenhuisvesting’ niet opgenomen. Binnen het AKF is de kwaliteit van deze kortdurende huisvesting wel geborgd. Ook seizoenarbeiders moeten kunnen vertrouwen op de kwaliteit en veiligheid van bijvoorbeeld kookvoorzieningen, sanitair, hygiëne en het onderhoud van hun huisvesting.

              Soms leeft het beeld dat AKF minder streng zou zijn dan SNF. Wie de normen vergelijkt, ziet dat dit beeld zeker niet klopt. 

              Voor jaarrond huisvesting geldt binnen AKF vanaf 2026 minimaal 15 m² leefruimte per persoon. Dit is conform de aanbevelingen van Roemer. Bij SNF geldt in reguliere woonvormen 12 m² per persoon. 

              Daarnaast werkt AKF met verplichte jaarlijkse onafhankelijke controles, steekproef en externe audits en toezicht via de Raad voor Accreditatie (RvA). Daarmee is de kwaliteit onafhankelijk geborgd. 

              De kosten zijn afhankelijk van een aantal factoren. Bijvoorbeeld of de audit gecombineerd kan worden met de GLOBAL GAP audit en of je meerdere huisvestingslocaties hebt en waar.

              AKF is in de praktijk vaak goedkoper en administratief eenvoudiger dan SNF. 

              De certificerende instelling maakt graag een offerte voor je dus neem gerust contact met ze op. Je vindt de contactgegevens van de certificerende instellingen op werkgeverslijn.nl/AKF.

              AKF is in de praktijk vaak goedkoper en administratief eenvoudiger dan SNF, omdat het keurmerk specifiek is ingericht voor de agrarische sector en een openbaar register bevat op adresniveau van de woning. 

              Belangrijk daarbij is: goedkoper betekent niet minder streng. AKF laat juist zien dat stevige normen, onafhankelijke controles en betaalbaarheid prima samen kunnen gaan. Daarmee voorkom je dat ondernemers onnodig extra kosten maken zonder extra kwaliteitswinst. 

              Heeft er een audit plaatsgevonden en is de huisvesting akkoord bevonden dan is het zo dat de werkgever is gecertificeerd en niet de huisvesting. Dit is van belang om te weten in het geval huisvesting verhuurd wordt aan werknemers van een andere werkgever of een uitzendbureau.  

              Bekijk de ‘checklijst huisvesting’ voor alle huidige normen en om te zien wat er gewijzigd is. Een aantal nieuwe normen die gelden sinds 15 augustus 2024: 

              • Een werknemer in jaarrond huisvesting heeft sinds 1 januari 2026 recht op minimaal 15 m2 leefruimte. Dit is volgens de aanbevelingen van Rapport Roemer. 
              • De beloopbare oppervlakte in een slaapkamer dient minimaal 3 m2 per persoon te zijn. 
              • Sanitair dient onder hetzelfde dak te zijn als het slaapverblijf voor jaarrond huisvesting. 
              • Bij jaarrond huisvesting slapen er maximaal 2 personen op een kamer; indien mogelijk ‘stelletjes’ of familie. 

                    Bij AKF wordt gekeken naar de totale leefoppervlakte (GBO) per persoon: een werknemer in jaarrond huisvesting heeft recht op minimaal 15 m2 leefruimte. De beloopbare oppervlakte in een slaapkamer dient minimaal 3 m2 per persoon te zijn. Gemeenten controleren hier vaak ook op. 

                    Er vindt jaarlijks een onafhankelijke controle plaats. Werkgevers waarderen dit. Die helpt hen om de kwaliteit van huisvesting structureel hoog te houden en blijvend te investeren in goed werkgeverschap. 

                    Door de koppeling aan de agrarische cao’s, mag er maximaal 20% van het wettelijk minimumloon (WML) ingehouden worden, in plaats van de 25% die wettelijk is toegestaan.

                    Als sector geven we er de voorkeur aan dat ondernemers zelf mensen in dienst nemen. Maar we beseffen dat bedrijven vaak (gedeeltelijk) werken met uitzendkrachten in het seizoen. Daarom is het sinds 15 augustus 2024 binnen AKF ook mogelijk om deze groep uitzendkrachten onder voorwaarden op het erf te huisvesten. Kijk voor de voorwaarden in de checklijst huisvesting.

                    Ja. Bij seizoenshuisvesting gelden afgesproken seizoensperiodes: van 15 maart tot 15 oktober voor maximaal 4 maanden.

                    Ja, het is mogelijk om deze audits te combineren. Dit levert je een voordeel op qua kosten en tijdsinvestering. Het is belangrijk dat je aan alle gestelde voorwaarden voldoet, die je kunt nalezen in ons stappenplan op www.werkgeverslijn.nl/AKF of neem rechtstreeks  contact op met de betrokken CI’s. 

                    Het Agrarisch Keurmerk Flexwonen is ontwikkeld door werknemersorganisaties FNV Agrarisch Groen en CNV, vaktechnische organisaties KAVB, NFO en Glastuinbouw Nederland, de regionale LTO-organisaties en LTO Nederland. 

                    Ondernemers in de land- en tuinbouw zetten zich al jaren in voor een hoger niveau van huisvesting. Met het Agrarisch Keurmerk Flexwonen ondersteunt LTO Nederland haar leden daarbij. Het geeft ondernemers de kans zich te onderscheiden op een krappe arbeidsmarkt. Ook kunnen ondernemers aan anderen (bijvoorbeeld de gemeente) laten zien dat hun huisvesting op orde is. Met het vrijwillige keurmerk wordt invulling gegeven aan de cao’s Open Teelten, Productiegerichte Dierhouderij en Glastuinbouw. 

                    Ja, het Agrarisch Keurmerk Flexwonen is geaccrediteerd bij de RvA. Het accreditatieproces van een keurmerk bestaat uit twee stappen: 

                    1. De Raad voor Accreditatie (RvA) stelt vast of het keurmerk goed in elkaar zit en of het schema onder accreditatie kan worden toegepast. In dat geval wordt het schema opgenomen op de BR010-lijst. 
                    2. De RvA stelt vast of de Certificerende Instellingen (CI’s) de audits goed uitvoeren. 

                      Beide stappen zijn succesvol doorlopen. Sinds januari 2020 heeft de RvA (Raad voor Accreditatie) accreditatie verleend voor het AKF-schema en de aanpassingen in de nieuwe norm per 15 augustus 2024. 

                      De eisen zijn voorzien van een kwalificatie (laatste kolom in de checklist). Een major is een eis waaraan je tijdens de audit volledig moet voldoen. Je moet ook voldoen aan een norm die gekwalificeerd is met een minor, echter krijg je tot de volgende audit (1 jaar) de tijd om de minor op te lossen. Als bij de volgende periodieke audit de minor niet opgelost is, wordt dit normonderdeel automatisch een major afwijking.

                      Ja, de cao’s Open Teelten, Productiegerichte Dierhouderij en Glastuinbouw bepalen dat je aan alle eisen moet voldoen. Tijdens de audit moet je voldoen aan alle normen die gekwalificeerd zijn als ‘major’. Mocht je tijdens de audit nog niet voldoen aan de normen die gekwalificeerd zijn als ‘minor’, dan krijg je tot de volgende audit (1 jaar) de tijd om dit op te lossen. Als bij de volgende periodieke audit de minor niet opgelost is, wordt dit normonderdeel automatisch een major.

                      In de huisvestingsnorm staat dat er minimaal één keer per jaar door de werkgever een interne audit dient te worden uitgevoerd om de eisen van Agrarisch Keurmerk Flexwonen te toetsen. Indien dit niet voor de audit is gebeurd, mag de certificerende instelling de audit afbreken.  Hierbij is het belangrijk dat:

                      1. De datum van de interne audit wordt vastgelegd;
                      2. De bevindingen duidelijk in beeld worden gebracht;
                      3. Er acties worden uitgezet om eventuele onvolkomenheden te herstellen.

                      De werkgever dient ervoor te zorgen dat bovenstaande punten aantoonbaar worden vastgelegd.

                      In het certificatieschema staat hoe het keurmerk werkt, in de huisvestingsnorm staat aan welke eisen de werkgever en de huisvesting moeten voldoen.

                      Wanneer je de audit voor het keurmerk flexwonen combineert met je jaarlijkse GLOBALG.A.P. audit, kan het voorkomen dat er op dat moment geen werknemers zijn gehuisvest. Of dat je tijdelijke huisvesting gebruikt die tijdens de audit nog niet aanwezig is. De auditor dient zich een goed beeld van de huisvesting te kunnen vormen. De huisvesting dient dus beschikbaar en toegankelijk te zijn op het moment van de audit. Indien tijdens piektijden (extra) huisvesting wordt geplaatst en als deze tijdens de audit niet beschikbaar is, dient de extra huisvesting tijdens gebruik beoordeeld te worden middels een extra audit. Tijdens de eerste audit beoordeelt de auditor wat hij kan beoordelen, tijdens de extra (korte audit) wordt de extra bijgeplaatste huisvesting beoordeeld. Een aantal onderdelen uit de norm hoeven dan niet normaals gecontroleerd te worden.

                      Gerelateerde berichten

                      Huisvesting
                      Huisvesting van internationale werknemers

                      Internationale werknemers zijn van groot belang voor de land- en tuinbouw. Een belangrijke randvoorwaarde voor internationale werknemers is goede huisvesting. Daarbij komt nog best wat kijken. 

                      huisvesting internationale werknemers
                      Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF)

                      Het Agrarisch Keurmerk Flexwonen waarborgt de kwaliteit van de huisvesting op land- en tuinbouwbedrijven en certificeert de werkgever wiens huisvesting voldoet aan de AKF-normen.