Transitievergoeding

Transitievergoeding
2 oktober 2019 Michael Doorneweerd

Transitievergoeding tot 1 januari 2020

Per 1 juli 2015 is de transitievergoeding ingevoerd waar iedere werknemer die minimaal 24 maanden (vast of tijdelijk) in dienst is geweest recht op heeft als hij wordt ontslagen, onafhankelijk van de gevolgde ontslagroute (UWV of kantonrechter). Voor de berekening van de duur van het dienstverband worden één of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd samengeteld. Dit is eveneens van toepassing indien de werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.

Transitievergoeding per 1 januari 2020

Met ingang van 1 januari 2020 is er vanaf dag 1 aanspraak op transitievergoeding. Dit geldt voor alle soorten dienstverbanden, dus ook voor piekarbieders, seizoenarbeiders, vakantiewerkers en zaterdaghulpen. De transitievergoeding is dus ook verschuldigd bij dienstverbanden voor bepaalde tijd.

Hoogte vergoeding
De vergoeding bedraagt 1/3e maandsalaris per dienstjaar. Met de rekentool van de AWVN kunt u eenvoudig een berekening maken. Alle scholingskosten die u gedurende het dienstverband heeft gemaakt, die gericht waren op inzetbaarheid in een andere functie mogen worden afgetrokken van de transitievergoeding, mits dit schriftelijk met de werknemer is overeengekomen. Vanaf 1 januari 2020 geldt dit ook voor de inzetbaarheid in een andere functie bij de eigen werkgever.

De hogere opbouw van de transitievergoeding, van een 1/2 maandsalaris per dienstjaar, bij een dienstverband langer dan 10 jaar, vervalt per 1 januari 2020. Ook vervalt de hogere opbouw van de transitievergoeding voor een 50-plusser met ingang van die datum. De overgangsregeling voor kleine werkgevers (<25 werknemers) die in financiële problemen verkeren vervalt ook per 1 januari 2020. Voor ontslagprocedures die zijn gestart voor 1 januari 2020 bepaalt het overgangsrecht dat de oude transitievergoedingsregeling van voor 1 januari 2020 nog gelden.

Moment van betaling
De werknemer ontvangt de transitievergoeding aan het einde van het dienstverband, dus bij de eindafrekening zoals dat bijvoorbeeld nu ook al geschiedt met de niet opgenomen vakantiedagen. Wanneer de werkgever de transitievergoeding later betaalt, dan is over het bedrag van de transitievergoeding de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Als de werkgever de vergoeding niet uitbetaalt kan de werknemer naar de rechter stappen. Dit kan hij doen tot drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Uitzonderingen
De transitievergoeding is niet verschuldigd in de volgende situaties:

  • Bij werknemers die zelf ontslag nemen.
  • Bij werknemers die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en gemiddeld maximaal 12 uur per week werken.
  • Bij werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken.
  • Als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
  • Als de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.

Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
Vanaf 1 april 2020 kan er ‘Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid’ worden aangevraagd. Dit geldt voor alle beëindigde contracten vanaf 1 juli 2015. De wijze van beëindiging is niet relevant, dus ook voor contracten die zijn ontbonden met een vaststellingsovereenkomst kan compensatie worden aangevraagd. Voorwaarde is echter wel dat de werknemer bij beëindiging van het dienstverband tenminste 2 jaar ziek was en op het moment van beëindigen nog steeds ziek was. De compensatievergoeding kan niet hoger zijn dan het doorbetaalde loon tijdens de ziekteperiode.

Voorbeeldberekeningen

Werknemer van 48 jaar en 14 jaar in dienst
Bruto maandsalaris (inclusief vakantiegeld) € 2.500,-. Vanaf 1 januari 2020 geldt de opbouw van 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De berekening wordt dus als volgt: 14 x 1/3 x € 2.500,- = € 11.666,67. Bij ontslag in 2019 ontvangt deze zelfde werknemer: de eerste tien dienstjaren 10 x 1/3 x € 2.500,- = € 8.333,33. Voor de 4 dienstjaren daarna een half maandsalaris per gewerkt jaar: 4 x 1/2 x € 2.500,-= € 5.000,-Transitievergoeding is € 8.333,33 + € 5.000 = € 13.333,33. 

Werknemer van 30 en 8 dagen in dienst
De arbeidsovereenkomst heeft 8 dagen geduurd. De werknemer heeft een bruto salaris over deze 8 dagen van € 800,- inclusief het vakantiegeld. Volgens het vernieuwde besluit loonbegrip wordt het bruto maandsalaris hieraan gelijk gesteld. Dus het bruto maandloon is dan € 800,-. De berekening van de transitievergoeding is als volgt: 1/3 x € 800,-/12×1 (1/3 van € 800,- = €266,67 /12 maanden x 1 maand) = €22,22. 

 

0 Reacties

Laat een reactie achter