Transitievergoeding

Als werkgever heb je werknemers nodig om de vele klussen te klaren op je bedrijf. Vaak loopt de samenwerking prima maar soms ook niet. Of het werk is soms gewoon gedaan. Dan is het nodig om afscheid te nemen van je werknemer.

Vaak is er sprake van recht op transitievergoeding maar dat is niet altijd het geval. Waar moet je allemaal aan denken en hoe bereken je het bedrag? Antwoorden op deze vragen vind je op deze themapagina. 

Wat is transitievergoeding? 

Het recht op transitievergoeding is een ontslagvergoeding die wettelijk verplicht is.  Het doel van de transitievergoeding is tweeledig. Aan de ene kant is het bedoeld als compensatie voor ontslag maar de andere kant is het bedoeld voor het faciliteren naar ander betaald werk. Dit kan bijvoorbeeld door middel van (om)scholing zijn. Deze regeling geldt sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) en is later vereenvoudigd met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). 

Wanneer heb je recht op een transitievergoeding? 

Een werknemer heeft recht op de vergoeding als het initiatief voor beëindiging bij jou als werkgever ligt, bijvoorbeeld bij: 

  • Opzegging via UWV (bijv. bedrijfseconomisch ontslag)  
  • Ontbinding via de kantonrechter
  • Niet verlengen van een tijdelijk contract
  • Beëindiging tijdens de proeftijd door de werkgever
  • Als een werknemer ontslag krijgt, maar meteen een nieuw contract krijgt met minimaal 20% minder uren
  • Bij het niet-verlengen van het contract na langdurige ziekte (na 2 jaar),  al kan je als werkgever hiervoor compensatie aanvragen bij het UWV

             Je betaalt ook transitievergoeding als een werknemer zelf ontslag neemt na een situatie van ernstig verwijtbaar handelen vanuit jouw kant. Zoals bij een verstoorde arbeidsrelatie, discriminatie of het niet volgen van de regels bij re-integratie.

            Wanneer bestaat er geen recht op transitievergoeding? 

            Er bestaan situaties waarbij een werknemer geen recht heeft op transitievergoeding. Er is géén recht op transitievergoeding in onder andere deze situaties:

            • Werknemer zegt zelf op  
            • Ontslag door ernstig verwijtbaar  handelen van de werknemer  
            • Werknemer is jonger dan 18 jaar en werkt gemiddeld minder dan 12 uur per week  
            • De werknemer bereikt de pensioen- of AOW-gerechtigde leeftijd 
            • Als je bedrijf in een staat van faillissement is of dat er sprake is van surseance van betaling 
            • Er is ook geen recht als je je werknemer een verlenging aanbiedt van het tijdelijke contract. Het maakt dan niet uit of de werknemer deze accepteert of niet.  

                      Wie heeft recht op transitievergoeding? 

                      Elke werknemer heeft in principe recht op transitievergoeding. Dat geldt voor werknemers met een tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst. Ook oproepkrachten en piekarbeiders of seizoenarbeiders kunnen recht hebben op transitievergoeding. De lengte van het dienstverband speel geen rol in het recht op transitievergoeding. De werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op transitievergoeding. De lengte van het dienstverband speelt wel een rol in de hoogte van de vergoeding. 

                      Waar heeft men dan recht op? 

                      De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het totale bruto jaarsalaris en de duur van het dienstverband van je werknemer. 

                       De hoofdregel is: 

                      • De werknemer krijgt 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar gerekend vanaf de eerste werkdag  
                      • Voor een deel van een jaar wordt dit naar rato berekend  

                        Onder maandsalaris valt niet alleen het brutoloon, maar ook: 

                        • Vakantiegeld  
                        • Vaste toeslagen (bijv. ploegentoeslag)  
                        • Structurele overwerkvergoedingen  
                        • Bonus/winstuitkering (als die structureel is)  
                        • Eindejaarsuitkering (die structureel is) 1/12 deel 

                        Je werknemer heeft 12 jaar, 8 maanden en 14 dagen bij jou gewerkt en het  maandsalaris bedraagt € 3.400 bruto inclusief vakantietoeslag. De hoogte van de transitievergoeding wordt dan als volgt berekend: 

                        Over de 12 volle dienstjaren bedraagt de vergoeding 12 x 1/3 x 3.400 = € 13.600 

                        Vervolgens wordt de transitievergoeding berekend over de restende maanden en dagen van je dienstverband. Voor de 8 maanden heb je recht op een transitievergoeding van 8 x 1/3 x 1/12 x 3.400 = € 755,56 

                        De resterende 14 dagen leveren tot slot de volgende vergoeding op: 14 x 1/3 x 1/365 x 3.400 = € 43,47 

                        Als we de bedragen voor de jaren, maanden en dagen bij elkaar optellen komt de totale transitievergoeding uit op: 13.600 + 755,56 + 43,47 = € 14.399,03 

                        Er is echter een maximum gesteld aan de transitievergoeding. In 2026 ligt dit maximum op de  

                         102.000,- bruto (of één jaarsalaris als dat hoger is) 

                        Als je werknemer recht heeft op transitievergoeding dan is het verstandig om niet te lang te wachten met uitbetalen van het bedrag. Er is namelijk recht op wettelijke rente vanaf éen maand na het einde van het contract als de transitievergoeding dan nog niet is betaald. 

                        Het is eventueel mogelijk om de transitievergoeding in delen te betalen, wanneer het uitkeren van de totale transitievergoeding in één keer de bedrijfsvoering schaadt. In zo’n geval kan de transitievergoeding in termijnen worden betaald, verspreid over maximaal 6 maanden. Maar let op! Betaal je de transitievergoeding in termijnen, dan ben je wel steeds wettelijke rente verschuldigd vanaf 1 maand na het einde van het contract. De rente wordt berekend over dat deel van de transitievergoeding dat nog niet is uitgekeerd. 

                        Als de werknemer meerdere contracten heeft gehad, en daar zitten onderbrekingen tussen van 6 maanden of langer, dan tellen de contracten van vóor de onderbreking niet mee met de lengte van het dienstverband. 
                         
                        Zijn er contracten die geëindigd zijn vóor 1 juli 2012? Dan zijn onderbrekingen van langer dan 3 maanden voldoende om de keten van contracten te doorbreken. De contracten vóor deze onderbreking tellen niet mee voor het berekenen van de transitievergoeding. 

                        Je mag onder voorwaarden kosten aftrekken van de transitievergoeding, zoals: 

                        • Scholingskosten die gericht zijn op ander werk  
                        • Outplacementkosten  

                          Let op, de voorwaarden zijn streng: de werknemer moet vooraf schriftelijk akkoord geven. 

                          • In een situatie waarbij je transitievergoeding moeten betalen voor werknemers die minimaal 2 jaar ziek zijn geweest en waarvan je het dienstverband hebt beëindigd.  

                          Vanaf 1 april 2020 kan je hiervoor terecht bij het UWV. Voorwaarden zijn bijvoorbeeld wel dat dat contract eindigt met als reden de langdurige ziekte,; de werknemer 
                          nog ziek is op het moment dat het contract eindigt en de vergoeding aantoonbaar aan  de werknemer is uitbetaald. 

                          Jij als werkgever kan deze compensatie aanvragen bij het UWV. Je doet dit via het UWV.

                          Let op: het UWV compenseert alleen het bedrag waar werknemer wettelijk recht op had. Betaal je jouw werknemer een te hoge vergoeding? Dan kan het te veel betaalde gedeelte niet gecompenseerd worden.

                          Overigens was er in de politiek sprake van om de compensatieregeling alleen van kracht te laten zijn voor kleinere werkgevers maar deze plannen zijn uitgesteld. De beoogde ingangsdatum is nu 1 januari 2027. Klik hier voor meer informatie.

                          • Bij bedrijfsbeëindiging wegens pensioen óf overlijden van de ondernemer kan er compensatie gelden voor het betalen van transitievergoeding. Daaraan zitten ook een aantal voorwaarden:
                          1. UWV of de kantonrechter heeft voor ten minste 1 werknemer toestemming gegeven voor ontslag. 
                          2. Het ontslag was omdat het bedrijf stopte vanwege pensioen of overlijden van de eigenaar. 
                          3. De transitievergoedingen zijn binnen 9 maanden na de toestemming voor ontslag betaald. Ze zijn berekend met het bruto-inkomen en uitbetaald als brutobedragen. De Belastingdienst is dus ook al betaald. 
                          4. Het bedrijf had gemiddeld niet meer dan 25 werknemers in dienst in de tweede helft van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin om toestemming voor ontslag is gevraagd. 
                          5. Als het bedrijf stopte vanwege pensioen: dan moet de eigenaar de AOW-leeftijd hebben. Of deze bereiken binnen 6 maanden na de ontslagaanvraag. 
                          6. Als het bedrijf stopte vanwege overlijden: dan moet er binnen 1 jaar na het overlijden toestemming voor ontslag zijn gevraagd. 

                          Op internet zijn goede voorbeelden te vinden van handige tools om eenvoudig de transitievergoeding te berekenen zoals bij AWVN of Ontslag.nl. Ook het ministerie van SZW heeft een bruikbare rekentool beschikbaar.