Personeelskosten

Personeelskosten

Personeel is voor de meeste ondernemers de belangrijkste investering. Een werknemer kost meer dan zijn maandelijkse brutoloon. Als werkgever draag je namelijk verplichte bijdragen en reserveringen af. U moet er rekening mee houden dat de personeelskosten zeker 40% hoger zijn dan het brutoloon. Wat voor personeelskosten zijn er en welke zijn verplicht? U leest hier meer over op deze themapagina. Bij vragen kunt u bellen naar de Werkgeverslijn op 088 – 888 66 88.

De personeelskosten zijn afhankelijk van het soort dienstverband. Kijk voor een toelichting op deze cijfers het animatiefilmpje verderop de pagina.

Vier categorieën personeelskosten

Als werkgever spreek je met de medewerker een brutoloon af. Hierboven op komen echter nog extra kosten voor de werkgever. Houd er rekening mee dat de personeelskosten zeker 40% hoger zijn dan het brutoloon. Deze extra personeelskosten kun je onderverdelen in vier verschillende categorieën, namelijk:

  • Directe loonkosten
  • Indirecte loonkosten
  • Verplichte premies en bijdrage
  • Overigen kosten

Directe loonkosten

De directe loonkosten vormen het grootste deel van de loonkosten. Deze kosten bestaan uit het minimumloon en de vakantietoeslag. Het salaris van een werknemer mag nooit lager liggen dan het wettelijk minimumloon. De overheid stelt de hoogte van het minimumloon jaarlijks vast per 1 januari en 1 juli. De hoogte van de vakantietoeslag is bepaald in de cao die u toepast op uw bedrijf (cao Glastuinbouw 8,33%, cao Productiegerichte Dierhouderij en cao Open Teelten 8,25%).

Indirecte loonkosten

De indirecte loonkosten zijn niet standaard. Deze kosten kunnen flink verschillen per werknemer/ bedrijf. Indirecte loonkosten zijn onder andere reiskosten, onkostenvergoedingen, telefoon van de zaak enzovoorts.

Verplichte premies en bijdragen

Als u personeel in dienst hebt, moet u loonheffingen afdragen (premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet). De werkgever draagt deze premies af aan de Belastingdienst en levert hiervoor een loonaangifte aan. Ook de sectorale premies voor BPL Pensioen en Colland Arbeidsmarkt zijn verplicht.

 

 

Overige kosten

Denk hierbij aan kosten voor huisvesting, werkkleding, arbovoorzieningen zoals veiligheidsschoenen of een werkbroek. Daarnaast zijn er ook kosten voor eten en drinken, opleiding & ontwikkeling en personeelsuitjes of presentjes.

 

 

Wat is een loonsomfactor?

Om de hoogte van de totale loonkosten uit te rekenen, vermenigvuldig je het bruto uurloon met de loonsomfactor. Deze loonsomfactor is echter per contracttype (seizoenskracht, uitzendkracht, payroller enzovoort) verschillend. Dat komt door het al dan niet afdragen van premies. Door te rekenen met de goede loonsomfactor, kunt u een goede vergelijking maken tussen de verschillende contractvormen en bepalen wat goed bij uw bedrijf past.

Video loonkosten in de agrarische sector

Uitgangspunten loonsomfactoren

De video hiernaast maakt duidelijk wat een loonsomfactor en wat de loonkosten zijn van de verschillende contracttypen. De berekeningen zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Er is uitgegaan van het wettelijk minimumloon (WML) per 1 juli 2019 per 4 weken, oftewel€ 1.509,80. De werknemer werkt 38 uur per week dus er zijn geen overwerktoeslagen berekend. De loonsomfactoren kunnen anders uitpakken wanneer er sprake is van een hoger loon of overwerktoeslagen.
  • Bij de loonsomfactor van een AOW gerechtigde werknemer is pensioenpremie inbegrepen. Deze dient tot de 68-jarige leeftijd van de werknemer te worden afgedragen.
  • De regeling seizoenarbeid is alleen toe te passen door werkgevers in de sector Open Teelten.
  • In de opslagfactor is € 20,- verwerkt voor een accountant, een premie van 4,08% voor een verzuimverzekering en 5 doorbetaalde feestdagen.
  • De loonsomfactor van payrolling is tot stand gekomen op basis van het tarief van LTO Arbeidskracht.
  • De loonsomfactor van uitzendarbeid is tot stand gekomen op basis van een uitvraag bij verschillende uitzendbureaus. Hierbij is de gemiddelde factor berekend.

Column: werkgevers zijn geen pinautomaten van gratis geld

Het verschil tussen het netto-inkomen van een werknemer en de totale lasten voor de werkgever groeit. Deze zogenaamde wig  is de afgelopen jaren groter geworden door de hogere, sociale premies die werkgevers moeten afdragen. Werkgevers voelen zich steeds meer een pinautomaat van gratis geld, constateert Hans Koehorst van LTO Nederland. Lees hoe ondernemers hierop moeten acteren volgen Koehorst. 

Webinar arbeidsvormen

Wilt u meer weten over de verschillende arbeidsvormen? Kijk dan hier onze webinar over dit onderwerp terug. (Deze webinar is opgenomen in november 2017).