Huisvesting van arbeidsmigranten: borgen kwaliteit en inhouden kosten

Huisvesting van arbeidsmigranten: borgen kwaliteit en inhouden kosten
20 juni 2018 Diana Eleveld

LTO Nederland en de gelieerde vaktechnische organisaties werken samen met de werknemersorganisaties aan het borgen van de kwaliteit van huisvesting. Dat heeft de volgende redenen:

  • We vinden dat bij de huisvesting van seizoenarbeiders minimale kwaliteitsstandaarden in acht moeten worden genomen.
  • Ondernemers die seizoenwerkers goede en veilige huisvesting bieden, willen in de beeldvorming geen last hebben van bedrijven die hun huisvesting niet op orde hebben.
  • Seizoenarbeiders zijn steeds lastiger naar Nederland te krijgen. Zij vinden de kwaliteit van huisvesting steeds belangrijker. We kunnen ons als sector (het imago van) huisvesting van onvoldoende kwaliteit niet veroorloven.
  • Om de kosten van huisvesting op het wettelijk minimumloon in te mogen houden dient de huisvesting gecertificeerd te zijn door een geaccrediteerde certificerende instelling op basis van eisen uit de cao.
  • Gemeenten zullen naar verwachting eerder meedenken bij het planologisch mogelijk maken van huisvesting op het eigen terrein als werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector afspraken hebben gemaakt over de kwaliteitseisen waaraan die huisvesting moet voldoen.

In de afgelopen periode is het volgende bereikt:

  • Werkgevers en werknemers hebben in de cao open teelten en glastuinbouw afspraken gemaakt over de kwaliteit van huisvesting. Onderdeel hiervan is de zogenaamde eigen verklaring waarin de werkgever er voor tekent dat hij de cao naleeft.
  • De Stichting Normering Flexwonen (SNF), een reeds langer bestaand keurmerk voor huisvesting en vooral actief in de uitzendbranche, heeft in overleg met de sector besloten de eigen verklaring uit de cao’s open teelten en glastuinbouw over te nemen. Daarmee vervalt hun eis om goed werkgeverschap aan te tonen door middel van een accountantsverklaring. Werkgevers die voor SNF certificering kiezen zijn daarmee voordeliger uit. Bovendien hebben ze minder administratieve lasten.
  • Samen met de SNF wordt op dit moment onderzocht of de huisvestingeisen uit de agrarische cao’s opgenomen kunnen worden in de SNF-norm onder de categorie overige (huisvesting op het agrarisch bedrijfsterrein tussen 1 april en 1 oktober). Ook wordt gekeken of er mogelijkheden zijn voor andere tariefstellingen, omdat de huisvesting tijdelijk is en het vaak slechts één locatie betreft. Beide zijn nog niet rond maar we hopen hier in juli meer duidelijkheid over te hebben.
  • Het ministerie van Sociale Zaken heeft de sector “ingroeitijd” gegeven. Dat houdt concreet in dat als een onderneming zich nu aanmeldt voor certificering van de huisvesting door SNF, hij in de periode tussen aanmelden bij SNF en de daadwerkelijke audit de kosten van huisvesting al mag inhouden op het WML.
  • Met de in de sector meer ingeburgerde keurmerken Global GAP en MPS GAP is gekeken op welke wijze huisvesting “meegenomen” kan worden bij audits van deze keurmerken. Dat zou gunstiger qua kosten en administratieve lasten geweest zijn. In eerste instantie leken hier goede mogelijkheden voor te zijn. Later bleek dit toch lastiger te liggen. Er wordt nu gezocht naar andere oplossingen in relatie tot deze keurmerken. Of deze oplossing er komt is op dit moment nog onzeker.

Inhouden van huisvestingskosten

Bent u werkgever in de sector open teelten of glastuinbouw en organiseert u de huisvesting voor uw werknemers, dan zijn er op dit moment twee opties om de  kosten voor deze huisvesting af te rekenen:

  • U kiest ervoor om de huisvesting te laten certificeren door de Stichting Normering Flexwonen (SNF). U meldt zich dan aan bij SNF. Een accountantsverklaring rond goed werkgeverschap is vanaf 20 juni 2018 niet meer nodig, de eigen verklaring volstaat. Na bevestiging van uw aanmelding en uw afspraak met een certificerende instelling mag u inhouden, ook als u nog niet gecertificeerd bent. Na de audit kunt u gecertifieerd worden of niet. Als u niet gecertificeerd wordt vervalt direct de mogelijkheid tot inhouden. Als u gecertificeerd wordt kunt u uiteraard blijven inhouden.
    Op dit moment gelden de SNF normen voor “jaarrond” huisvesting. Als uw huisvesting valt onder de zogenaamde ‘categorie overige’, dan kan deze nu nog niet worden gecertificeerd op basis van de SNF normen. Daar wordt op dit moment aan gewerkt.
  • Als u de huisvesting nog niet kunt of wilt laten certificeren, dan mogen de kosten voor huisvesting niet worden ingehouden op het netto equivalent van het wettelijk minimumloon (WML). Hier vallen ook overuren onder. Alleen indien de werknemer aanzienlijk meer verdient dan het WML, ontstaat ruimte om de kosten in te houden. Andere mogelijkheden om af te rekenen zijn: een automatische incasso, de werknemers te laten pinnen (via uw pinapparaat) of uw werknemers laten betalen via de bank.

We verwachten dat er op korte termijn, naast de SNF mogelijkheid, meer mogelijkheden komen huisvesting geaccrediteerd te certificeren en daarmee het inhouden van huisvestingskosten via de loonstrook mogelijk te maken. We zetten alles op alles om die certificering met zo min mogelijk kosten en administratieve lasten gepaard te laten gaan.

Bron: LTO Nederland & Peter Baltus (projectleider)

0 Reacties

Laat een reactie achter