‘Alle inzet op goede huisvesting’

‘Alle inzet op goede huisvesting’
27 maart 2018 Maartje Jager

Huisvesting van buitenlandse werknemers is een onderwerp dat al circa tien jaar hoog op de agenda staat van LTO Nederland. ‘We zetten ons in voor kwalitatief goede huisvesting die betaalbaar en realiseerbaar moet zijn voor ondernemers’, zegt Jules Sanders, adviseur economisch en sociaal beleid van LTO Nederland.

‘De sector wil de huisvesting van buitenlandse werknemers op een goede manier regelen. Tendens van de laatste jaren is dat ondernemers aangeven dat de kwaliteit goed moet zijn en dat zij geen last willen hebben van bedrijven die huisvesting niet goed hebben geregeld’, geeft Sanders aan. ‘Dat straalt af op het imago van de sector. Met mensen die uit het buitenland bij jou op het bedrijf komen werken wil je op een goede manier werken en een goede huisvesting bieden.’

Veranderingen
Per 1 januari 2018 is er het nodige veranderd voor werkgevers die huisvesting bieden aan hun buitenlandse werknemers. Vroeger mocht je de kosten hiervoor inhouden op het netto wettelijk minimumloon (WML). De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) stak hier een stokje voor. Deze wet is bedoeld om uitbuiting van werknemers te voorkomen.
Op sommige huisvestingslocaties van uitzendbureaus werden bijvoorbeeld boetes uitgedeeld voor roken in de woonunit of verkeerd parkeren van auto’s. Deze boetes werden ingehouden op het wettelijk minimumloon. Dat is nu niet meer mogelijk.
Er zijn twee uitzonderingen gemaakt op dit inhoudingsverbod, namelijk voor de kosten van huisvesting en zorgverzekering. Dat kan voor de huisvestingskosten alleen als je voldoet aan scherpe voorwaarden. Zo moet er een huurcontract zijn en een verklaring van de werknemer dat het geld mag worden ingehouden op het WML.
Het moeilijkste deel betreft het voldoen aan kwaliteitscriteria voor huisvesting die in de cao moeten worden opgenomen. En de huisvesting moet worden gecertificeerd door een geaccrediteerde instelling.

Zo praktisch mogelijk
LTO Nederland zet zich ervoor in het voor ondernemers zo praktisch mogelijk te maken om te voldoen aan de eisen van certificering van de huisvesting. ‘Certificering kan in de nieuwe cao Open Teelten op twee manieren’, legt Peter Baltus van Projecten LTO Noord uit.
‘Ten eerste de certificering door de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Deze richt zich op (semi-)permanente huisvesting en eist een (dure) accountantsverklaring rond werkgeverschap.’
Een andere mogelijkheid voor certificering is om aan te sluiten bij de keurmerken waaraan bedrijven vaak al moeten voldoen, zoals Global GAP of MPS GAP. Hierbij is een ‘eigen verklaring’ waarin de werkgever verklaart zich aan de cao te houden voldoende.
De vakbonden zijn hier onlangs mee akkoord gegaan. Baltus: ‘We gaan ervan uit dat dit ook in de glastuinbouw en productiegerichte dierhouderij wordt overgenomen.’
Wat Baltus en Sanders betreft gaan de nieuwe regels zo snel mogelijk in. Punt van aandacht is dat bij Global GAP en MPS GAP deze certificering van huisvesting nog moet worden ingeregeld. LTO Nederland wil daarom komen tot een ingroeiperiode.

Kosten huisvesting
‘We pleiten ervoor dat werkgevers die zich aanmelden voor certificering en de eigen verklaring invullen vooruitlopend op hun certificering de kosten van huisvesting mogen inhouden’, zegt Baltus. Hierover hebben LTO en de vakbonden binnenkort overleg met het ministerie van SZW.
‘Als we de ingroeiperiode niet realiseren, dan gaan ondernemers het geld cash vragen of medewerkers ter plekke laten pinnen voor de kosten van huisvesting. Veel werkgevers willen dat niet’, aldus Sanders.

 

Bron: Nieuwe Oogst

0 Reacties

Laat een reactie achter