Bel: 088 888 66 88

Update: inhouden van kosten voor huisvesting en zorgverzekering door agrarische werkgevers

Update: inhouden van kosten voor huisvesting en zorgverzekering door agrarische werkgevers
11 april 2017 Yara Peters

Veel werkgevers verzorgen voor hun seizoenarbeiders de huisvesting en zorgverzekering. Hiermee kunnen uw werknemers zorgeloos in Nederland werken en verblijven. Zaken zijn in onze sector goed geregeld; in de cao Glastuinbouw, Open Teelten en Productiegerichte Dierhouderij zijn afspraken gemaakt over o.a. wat werkgevers maximaal mogen rekenen voor huisvesting. Onder andere via LTO Arbeidskracht kunnen zorgverzekeringen afgesloten worden.

Sinds 1 januari 2017 mogen werkgevers de kosten voor zorgverzekering en huisvesting echter niet “zomaar” inhouden op het netto-equivalent van het wettelijk minimumloon (WML). Dat is geregeld in de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In deze wet is bepaald dat werknemers altijd het netto WML giraal moeten ontvangen en dus geen inhoudingen mogen plaatsvinden op dat WML.

Mede door de lobby van LTO Nederland en de gelieerde vaktechnische organisaties (LTO Glaskracht Nederland, NFO, KAVB en Anthos) is er een uitzondering op het verbod op inhoudingen voor kosten huisvesting en zorgverzekering gekomen. Door deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is het per 1 januari 2017 wel mogelijk geworden om deze kosten onder voorwaarden in te houden op het WML. Die voorwaarden zijn echter erg “stevig” en ook ingewikkeld en stellen de sector voor grote problemen.

In de genoemde AMvB wordt alleen gesproken over inhouden. Inhouden doet een werkgever voor iets wat hij elders voor zijn werknemer inkoopt, bijvoorbeeld een zorgverzekering (drie partijen). Als een werkgever zelf huisvesting heeft en aanbiedt aan zijn werknemer en dat op het loon in wil houden, is dat formeel niet inhouden maar verrekenen (twee partijen). LTO Nederland heeft van het ministerie SZW te horen gekregen dat tot nader order verrekenen en inhouden gelijk gesteld wordt. Hiermee is in genoemde AMvB  ook ruimte gekomen om eigen huisvesting te verrekenen. In deze notitie gebruiken we zoveel mogelijk de term “inhouden” voor zowel inhouden als verrekenen. Dit om verwarring zo veel mogelijk te voorkomen.

Voor de volledigheid: genoemde inhoudingen dienen gedaan te worden op het nettoloon van de werknemer. Dat nettoloon kan per werknemer verschillen bij een gelijk brutoloon.

Inhouden op het loon boven het wettelijk minimumloon
Op het loon dat u boven het netto WML betaald mag u nog wel inhouden, uiteraard binnen de regels zoals die al langer gelden. U moet in ieder geval dus het netto-equivalent van het WML aan de werknemer giraal betalen. Daar zijn sinds 1 januari 2017 geen nieuwe eisen aan toegevoegd. Vakantietoeslag en de bovenwettelijke vrije dagen worden volgens de wet niet tot het WML gerekend dus die kunt u “inzetten” voor inhoudingen.

Tot 1 januari 2018 mag u ook inhouden op de meeruren/overuren. Het gaat hierbij om uren boven de 38 uur per week. Vanaf 1 januari 2018 worden de touwtjes waarschijnlijk nóg strakker aangetrokken en moet u ook de meeruren/overuren tot het WML rekenen (zie ook het bericht van LTO Nederland). Deze meeruren/overuren moeten dan ook giraal worden uitbetaald en inhoudingen op het nettoloon over deze uren mogen dan dus alleen nog maar binnen de regels van genoemde AMvB. Deze regels worden verderop in dit artikel uitgelegd.

Volmacht en administratie
Om in te mogen houden dient u:

  • Een getekende volmacht te hebben waarin de werknemer u machtigt om betalingen in zijn naam te verrichten voor huisvesting en de zorgverzekering en genoemde bedragen in te houden op zijn loon. Dit moet een apart document zijn en mag dus niet opgenomen worden in de arbeidsovereenkomst. De Werkgeverslijn land- en tuinbouw heeft een voorbeeld volmacht beschikbaar gesteld.
  • Afschriften van de getekende huurovereenkomst en afschriften van de zorgpolis en eventueel de polis van de herverzekering van het verplichte eigen risico in uw administratie op te nemen. Op verzoek van de Inspectie SZW dient u met deze afschriften aan te tonen dat de betaling is gebaseerd op de daadwerkelijke kosten.
  • Inhoudingen te specificeren op de loonstrook.

Zorgverzekering
In de praktijk zal voor de zorgverzekering in 2017 voor de meeste werkgevers en werknemers niet veel veranderen, mits de premie van de zorgverzekering binnen het maximum van de vastgestelde raming van de nominale premie zorgverzekering blijft (€ 103,42 per maand) en u voldoet aan de bovengenoemde administratieve vereisten. Voor meer informatie kunt u ook terecht bij LTO Arbeidskracht. Zij bieden deze verzekeringen ook aan.

Huisvesting
Inhouden van huisvestingskosten op het netto WML is alleen toegestaan wanneer de huisvesting  gecertificeerd is door een instelling die daartoe geaccrediteerd is. De huisvesting dient te voldoen aan normen die werkgevers en werknemers in de sector met elkaar hebben afgesproken. Conform de cao Glastuinbouw, Open Teelten en Productiegerichte Dierhouderij moet de huisvesting voldoen aan wettelijke en gemeentelijke eisen. LTO Nederland oriënteert zich op dit moment op manieren waarmee u kunt aantonen dat u aan deze eisen voldoet. Dat doet LTO in afstemming met het ministerie van SZW en de werknemersorganisaties. Om voor agrarische werkgevers de kosten en administratieve lasten zo veel mogelijk te beperken oriënteert LTO zich onder andere op reeds bestaande geaccrediteerde agrarische keurmerken waarvan de sector veel gebruik maakt, zoals bijvoorbeeld Global GAP en MPS-GAP. Daar lijken goede mogelijkheden te zijn. Ook kijkt LTO naar andere keurmerken en neemt in haar overwegingen ook certificering via de Stichting Normering Flexwonen (SNF) mee. Wij adviseren u op dit moment dan ook om (nog) geen kosten te maken voor een specifieke certificering rond huisvesting.

Inhouden zonder gecertificeerde huisvesting
Er zijn op dit moment twee praktische opties om de kosten voor de door u aangeboden huisvesting in rekening te brengen bij uw werknemers zonder dat u de huisvesting moet laten certificeren:

  • U factureert de kosten aan de werknemers en laat hen betalen voor huisvesting, bijvoorbeeld middels een eigen pinapparaat. U houdt dus geen kosten in op het loon van de werknemer.
  • U houdt de kosten van huisvesting in op het loon boven het netto WML. Tot 1 januari 2018 kan het nettoloon boven het netto-equivalent van het WML (38 uur) vrij ingezet worden om huisvestingskosten in te houden. Certificering van die huisvesting is dan niet nodig. Wel adviseren wij u om gebruik te maken van de volmacht.

Het kan hierbij dus gaan om het nettoloon dat de werknemer boven de grens van het netto WML ontvangt, de vakantietoeslag, de bovenwettelijke vakantiedagen en de overuren (uren boven de 38 uur per week). Indien een werknemer een redelijk aantal overuren maakt of als hij (ruim) boven het WML betaald wordt is er in de praktijk “ruimte” om legaal huisvestingskosten in te houden, zolang de werknemer maar niet onder het netto WML op basis van 38 uur uitkomt. LTO Nederland zet zich in om deze mogelijkheid ook na 1 januari 2018 te behouden.

Inhouden huisvesting op WML met gecertificeerde huisvesting: niet mogelijk
Het is in de land- en tuinbouw nog niet mogelijk om in te houden op het WML door aan de certificerings- en accreditatie eisen te voldoen. Er zijn immers nog geen normen vastgesteld in de agrarische cao’s en daarnaast moet worden bepaald welke instellingen huisvesting mogen certificeren op basis van deze normen. Op dit moment oriënteert LTO Nederland zich op de mogelijkheden waarbij vooral gekeken wordt naar bestaande keurmerken om de administratieve en financiële lasten voor werkgevers zo veel mogelijk te beperken.

Ons advies wanneer u dit seizoen piek- en/of seizoenarbeiders in gaat zetten:

  • Oriënteer u vast op administratieve verplichtingen zoals bijvoorbeeld de volmacht.
  • Inhouden van kosten zorgverzekering zal in de meeste gevallen op soortgelijke wijze kunnen als in vorige jaren.
  • Indien uw werknemers netto meer verdienen dan het netto WML o.b.v. 38 uur per week (bijvoorbeeld door overuren) en dit voldoende is om huisvestingskosten in te kunnen houden, heeft u tot 1 januari 2018 de mogelijkheid de kosten voor huisvesting zonder certificering in te houden op het loon boven het netto WML. Let op, u moet dus altijd het netto-equivalent van het WML aan de werknemer giraal uitbetalen. Zoals het nu lijkt vervalt op 1 januari 2018 de mogelijkheid om overuren in te zetten voor huisvestingskosten. LTO Nederland zet zich in om deze mogelijkheid te behouden.
  • Huisvestingskosten factureren en laten betalen (bijvoorbeeld per pin) kan altijd, ook als de werknemer op basis van het WML (38 uur) wordt beloond.
  • Wij adviseren u om de discussie en mogelijkheden voor certificering via uw organisatie en de Werkgeverslijn te blijven volgen. Wij houden u zo goed mogelijk op de hoogte. Maak nu nog geen kosten voor certificering.

Tip: bekijk ook onze veelgestelde vragen over de WAS.

Dit artikel is met de meeste zorg samengesteld en is bedoeld om u zo goed mogelijk te informeren. U kunt er echter geen rechten aan ontlenen. Versie 10 april 2017 vervangt versie 8 februari 2017.

0 Reacties

Laat een reactie achter