Bel: 088 888 66 88

De agrarische arbeidsmarkt

De agrarische arbeidsmarkt
2 november 2016 Klaas Eenkhoorn

Diverse partijen verzamelen sectorale informatie over de arbeidsmarkt als hulpmiddel voor het ontwikkelen van beleid. Aequor doet dit voor de agrarische sector, waarin informatie over aantallen arbeidskrachten, aantallen instroom in scholing en uitstroom met elkaar wordt vergeleken. Dit resulteert jaarlijks in arbeidsmarktgegevens per branche en per regio of district. Op basis van deze gegevens heeft Aequor ook een blik naar de toekomst ontwikkeld, waarin de volgende aspecten benoemd staan.

Ontwikkelingen agrarische sector
Het aantal arbeidskrachten in de landbouw en visserij (CBS) is de laatste tien jaren afgenomen. Dit is niet aan één oorzaak toe te wijzen. Factoren als automatisering, verbeterde techniek, schaalvergroting, bedrijfsbeëindiging en imago hebben allemaal invloed gehad.

De vraag naar nieuwe arbeidskrachten is negatief doordat de werkgelegenheid daalt in de sector (gemiddeld -2,7% per jaar). Daarentegen is de verwachte vervangingsvraag wegens bijvoorbeeld pensioen en ziekte hoog. De verwachte vervangingsvraag voor:
• agrarische hulparbeiders (tot en met mbo niveau 2) = 6,6 % per jaar;
• agrarische arbeiders (mbo niveau 3, 4) = 3,7 % per jaar;
• agrarische vakkrachten (mbo 4 en hoger niveau)= 3,7 % per jaar.

Factoren arbeidsmarkt
Er zijn een aantal factoren te benoemen die het werken in de agrarische sector minder aantrekkelijk maken.
• de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij heeft op de horeca na het laagste jaarloon.
• het gemiddeld aantal uren per week is juist weer erg hoog: 44,1;
• er is sprake van een hoog percentage flexibele werkverbanden (19%);
• 52% van de werkenden heeft opleidingsniveau havo/vwo of mbo niveau 2 t/m 4, 31% heeft vmbo of mbo
niveau 1. In vergelijking met andere sectoren zijn er veel middelbaar en laag geschoolde mensen werkzaam in de sector. Mogelijk wekt dit de indruk dat de carrièremogelijkheden beperkt zijn.

Hoog percentage vergrijzing
In de sector landbouw en visserij is 32% van de werkenden 50-64 jaar. In vergelijking met andere sectoren is dat een erg hoog percentage ouderen. De gemiddelde leeftijd is 42 jaar. Het percentage ouderen zal de komende jaren toenemen. Het aandeel jongeren (15-29 jaar) is 20% en vertoont de afgelopen jaren een dalende tendens. In vergelijking met de gemiddelden van alle sectoren in Nederland heeft de sector landbouw en visserij een erg hoge generatie-index.

Tekorten op MBO-niveau
Op basis van de vervangingsvraag en de huidige uitstroom van gediplomeerden uit het middelbaar beroepsonderwijs zijn voor de komende jaren tekorten geprognosticeerd voor alle mbo-niveaus2. Het gaat dan om vijf branches: veehouderij, teelt, bloemen- en groene detailhandel,  hoveniers/groenvoorziening en voedselindustrie. Per branche zijn er daarbinnen verschillen per niveau.

Volgens de prognose zal er alleen al door de vervangingsvraag in 2016 in de vijf branches een totaal tekort aan medewerkers op mbo-niveau 2, 3 en 4 ontstaan van circa 46.000. In 2011 was dit tekort nog 7.700. Dit tekort groeit hard door de lage uitstroom van gediplomeerden en de hoge vervangingsvraag in verband met de vergrijzing. De grootste tekorten ontstaan op mbo niveau 3. Bron: de arbeidsmarkt in 2016 – Aequor

0 Reacties

Laat een reactie achter